Wanneer mensen een afspraak hebben gemaakt voor een eerste gesprek, stuur ik hen een intakeformulier toe met de vraag of ze dit alvast willen invullen. Op deze manier ontvang ik naast de benodigde persoonlijke gegevens ook een eerste indruk van de ervaren problemen.

Bij relatieproblemen wordt vrijwel altijd genoemd dat er sprake is van ‘communicatieproblemen’. In de praktijk blijkt vervolgens dat een misverstand vaak ook werkelijk betekent: ‘elkaar mis verstaan’. Ook partners die elkaar al jaren kennen begrijpen elkaar wel eens verkeerd. Veel partners begrijpen of accepteren het niet dat de ander hem of haar niet begrijpt. Het is immers zo logisch wat er gezegd en bedoeld wordt.

Er wordt voor elkaar ingevuld, verondersteld, er wordt gedacht voor elkaar en vooral impulsief op elkaar gereageerd. Met alle nare gevolgen van dien. De één hult zich vervolgens in hardnekkig stilzwijgen, trekt zich letterlijk en figuurlijk terug. De ander blijft contact zoeken – gaat uitleggen, verklaren, vragen stellen, kritiek leveren – en stopt niet voordat er een reactie komt. Een proces dat flink uit de hand kan lopen en uiteindelijk enkel verliezers kent.

Vaak weten mensen best wat er mis gaat en meestal ook wat hun eigen aandeel is. Ze weten in veel gevallen ook dat misverstanden kunnen ontstaan omdat we ‘gekleurd’ waarnemen en interpreteren. Het bekende ‘we zien niet wat er is, we zien wat wij denken en geloven dat er is’. Hoe komt het dat het doorbreken van het reactie patroon in de praktijk toch zo lastig is?

Eén aspect dat vaak onderbelicht blijft, heeft te maken met de werking van onze hersenen. Velen van ons zijn opgegroeid met de klassieke uitleg: we nemen met onze zintuigen allerlei beelden, geluiden, smaken, geuren, en tastbare zaken waar; onze zintuigen zetten deze waarneming om in zenuwprikkels en sturen ze naar onze hersenen. Ons brein verwerkt deze prikkels en wij geven vervolgens betekenis aan wat we waarnemen.

Hersenen blijken echter geen rekenmachine te zijn die slechts door zintuigen aan het werk wordt gezet. Modern hersenonderzoek leert dat het ook omgekeerd kan gaan: onze hersenen creëren een beeld van de werkelijkheid en gaan op zoek naar informatie om dat beeld te bevestigen of ontkrachten. Of zoals de Vlaamse neurochirug Dirk de Ridder in Trouw van 11 mei 2019 het verwoordt: “Onze zintuigen zijn geëvolueerd om de voorspelling die de hersenen hebben van de omgeving te bevestigen of te ontkennen.
Als je zo naar de hersenen kijkt, dan is de uitgangssituatie, de nultoestand, een situatie waarin de hersenen een perceptie genereren, maar waarin er geen zintuiglijke waarneming is om die te corrigeren. Die toestand kennen wij als dromen.”

Volgens De Ridder voorspelt het brein op basis van eerdere gewaarwordingen hoe de werkelijkheid er uit ziet, en afhankelijk van het antwoord van de zintuigen stelt het die perceptie bij. Het kan niet anders, zegt De Ridder: “Voor een gewaarwording tot ons bewustzijn is doorgedrongen ben je 300 milliseconden verder. Dat is veel te lang. Het brein móet wel voorspellen. We zouden anders niet kunnen autorijden, om maar iets te noemen.”

De huidige onderzoeksresultaten lijken de theorie omtrent levensstijl en privélogica van Alfred Adler te ondersteunen. Alleen gaat Adler er niet van uit dat ons brein betekenis geeft aan wat we waarnemen. Volgens Adler zijn we creatieve mensen die keuzes maken en hebben we een brein dat we gebruiken om betekenis te geven aan wat we waarnemen.
Als klein kind testen we of de betekenissen die we geven aan onze waarnemingen wel kloppen. We modificeren deze betekenissen zodra we nieuwe ervaringen opdoen. Bij herhaaldelijk ‘bewijs’ dat onze conclusies kloppen, stoppen  we na verloop van tijd met testen en gaan we er van uit dat wat we hebben geconcludeerd ook echt waar is. Vanaf het moment dat we dit geloven, verwachten we dat we in de toekomst meer van hetzelfde gaan ervaren. We hanteren onze bevindingen, onze conclusies als navigatie systeem om nieuwe situaties te duiden en ons gedrag aan te sturen. Onze privé-logica is er vervolgens, vaak heel creatief, op gericht dit systeem – onze levensstijl – te houden zoals het is.
Wat we denken en verwachten, gaan we waarnemen, waarnemingen gaan we ‘passend’ interpreteren. Dit proces gaat razendsnel. Met als rode draad ‘the story of my life’.

Wat het lastig maakt deze gekleurde bril af te zetten of te onderzoeken, is dat we in de praktijk ervaren het meestal bij het goede eind te hebben. Getuige de vele interacties die  ‘vanzelf’ goed gaan. Waarom zouden we dan gaan twijfelen aan onze opvattingen en ervaringen als iemand ons terug geeft dat we de boodschap verkeerd begrijpen?  Waarom zouden we twijfelen aan onze privé-logica die ons iedere dag zo uitstekend helpt? Waarom snap jij mij niet en mijn collega (iedereen) wel?

De zin: “Ik weet al precies hoe hij/zij zal reageren als ik dat ga zeggen/doen”, heb ik al heel wat keren gehoord. En deze zin ook: “Ja maar ik heb het echt vaak bij het juiste eind hoor!”

De interactie tussen partners wordt vaak vergeleken met een dans. Beide partners dansen samen vloeiend een romantische wals wanneer de interactie soepel verloopt en de polka bij misverstanden of ruzies. Daarmee bevestigen ze zichzelf en elkaar onbewust in hun eigen gekleurde werkelijkheid. Beiden reageren onbewust en meestal onbedoeld precies op de manier die de ander verwacht. (Wellicht ten overvloede: ‘verwachten’ betekent in dit verband niet ‘wensen’).
Het mag duidelijk zijn dat het enorm lastig is dit proces op eigen kracht te onderzoeken en te wijzigen. De manier van denken is volledig geautomatiseerd, impulsieve reacties worden al ingezet voordat we bewust kunnen ingrijpen.

Gelukkig zijn we als mens nog steeds in staat onze conclusies en voorspellingen bewust bij te stellen op basis van nieuwe kennis en ervaring.  Tijdens begeleidingssessies is er de tijd het interactieproces samen vertraagd te onderzoeken, positieve intenties boven tafel te krijgen, beide ervaringswerelden te verkennen en te ervaren hoe het voelt wanneer je wel door je partner begrepen wordt. En ja, dan volgt het aanleren van een nieuwe dans: veel oefenen waarbij er naast behoedzame bewegingen soms ook op elkaars tenen wordt getrapt. Beseffen dat ‘waar niks fout mag gaan, ook niets nieuws kan ontstaan’ helpt velen de moed niet te verliezen en de aandacht te richten op wat al beter gaat.

Pauline Hofstra
Centrum Animare

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *